Geschiedenis

De geschiedenis van Zuid-Afrikaanse wijnen gaat terug tot rond 1659 en vind haar oorsprong in. Constantia,een wijngaard in de buurt van Kaapstad. Deze zuidelijkste stad van het Afrikaans continent wordt beschouwd als een van de grootste wijnproducerende gebieden ter wereld.

De wortels van de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie kunnen worden herleid tot de vestiging van de Nederlandse Oost-Indische Compagnie in Kaapstad. De Nederlandse chirurg, Jan van Riebeeck, kreeg de taak een verversingsstation te beheren op het Kaaps schiereiland om zo de schepen die  op weg waren van Nederland naar het huidige Indonesië,
van nieuwe voorraden te voorzien.  Van Riebeeck begon met het planten van wijngaarden voor wijn en druiven. Dat was vooral bedoeld om scheurbuik onder zeilers tijdens hun tochten langs de kruidenroute tegen te gaan. De eerste oogst vond plaats in 1659.
De man die Van Riebeeck als gouverneur van de Kaap de Goede Hoop, Simon van der Stel,probeerde de kwaliteit van de wijnbouw in de regio te verbeteren. In 1685 kocht Van der Stel een grote lap grond van zo’n 750 hectare (1.900 acres), net buiten Kaapstad. Daar richtte hij de Constantia wijndomeinen op.

Veel telers volgenden hem en begonnen eveneens met wijn maken. Andere kozen er voor op boomgaarden op te zetten. De druiventelers kozen met name voor druivenrassen met hoge opbrengsten zoals Cinsaut. Begin 1900 waren er meer dan 80 miljoen wijnstokken geplant. Er ontstond een overvloed aan wijn. Sommige producenten kozen er voor onverkoopbare wijn in de lokale rivieren en stromen te laten wegvloeien. De lage prijs die veroorzaakt werd door de onbalans tussen vraag en aanbod was voor de Zuid-Afrikaanse regering aanleiding om de Koöperatieve Wijnbouwers Vereniging van Zuid-Afrika Bpkt (KWV) op te richten en te financieren.